Ruben & Lea

Mijn vader deed dat zo, dat slechte argument kunnen wij niet gebruiken

Ruben Staar (Rotterdam, 1998) en Lea Jacobs (Gilze en Rijen, 1999) zijn in het vroege voorjaar van 2020 toegetreden tot Vof de Meander. Ruben liep er in 2018 al een half jaar stage. Toen Henk Wansink vorig jaar mei overleed, kwam Ruben over om de aardappels te poten. Lea kwam mee. Gaandeweg groeide iedereen er naartoe dat Ruben en Lea naast Marrie de nieuwe jonge boeren op het bedrijf zouden worden. Maar eerst moesten ze hun studie op Warmonderhof afmaken.

Hun eindexamenproject bestond uit een bedrijfsplan voor de Meander, compleet met teeltplan, afzet en arbeid, mechanisering, opkweek, een bodem- en wateronderzoek enzovoorts. Ze dachten en rekenden alles door en daar hebben ze dit eerste jaar meteen veel plezier van.

Wat betekent boer zijn voor jullie?

Ruben: ‘Boer zijn betekent dat je zo verantwoord mogelijk voedsel voor mensen produceert. 

We zijn gemotiveerd voor het dynamische, biologisch alleen is niet genoeg. Het betekent niet dat we alle aanwijzingen van Rudolf Steiner strikt gaan opvolgen, het is meer de denkrichting, de mindset, die ons aanspreekt. Kort door de bocht: een bioboer mag niet spuiten, dus hij moet daar een oplossing voor vinden, bijvoorbeeld een middel waar hij wel mee mag spuiten. Het dynamische gaat verder, dat gaat uit van een systeem van leven, waarbij alles verband heeft met elkaar. Als bd-boer moeten we juist met die samenhang bezig gaan. 

Voor ons is het heel belangrijk dat de natuur erin betrokken wordt, daar is in de gangbare landbouw maar nauwelijks plek voor. In het verleden is op de Meander het focus op natuur al hoog geweest, Henk en Marrie hebben er hard aan gewerkt, bijvoorbeeld met alle hagen op het bedrijf. Het is natuurlijk nooit klaar, want een landschap is altijd in beweging, maar we hoeven er ons voorlopig niet op te storten. Hoe dan ook, een veld met alleen mais erop trekt ons niet aan. Het moet er ook mooi uitzien en dieren en andere insecten hebben ook een plek nodig. 

Er bestaan ook beesten die je niet wilt hebben, de coloradokevers in de aardappels  bijvoorbeeld. En hazen. Die vreten echt alles, vooral als er niet zo bijster veel anders is. Ik heb er wel begrip voor. Maar zij hebben niet veel begrip voor ons.’ 

Zijn er dingen die jullie anders gaan doen?

‘We zijn allebei in de stad opgegroeid en het heeft ook voordelen om niet van boerenafkomst te zijn. Voor ons bestaan er geen boerentradities waar we in zouden kunnen blijven hangen. “Mijn vader deed dat zo”, dat slechte argument kunnen wij niet gebruiken. Wij komen met onze idealen en springen in dit bedrijf. Het zou heel anders zijn geweest als we het bedrijf van onze ouders hadden overgenomen. We willen natuurlijk niet alles anders doen, maar we willen de keuzes kunnen maken die bij ons passen.  

Alles hier is gegroeid, volgens de logica van het moment. Wij als nieuwkomers voelen geen nostalgie voor die keuzen en met het oog op vooruitgang en groei zijn sommige dingen minder handig. Wij willen iets meer mechaniseren, dat zou betekenen dat we plantafstanden en breedte van paden zouden willen wijzigen. En de schuur, die kan niet worden uitgebreid. Met de dertig groentepakketten van destijds werkte het wel, maar de zeventig pakketten die we nu hebben, passen nog maar nét in de koeling. 

We zouden ook graag meer dieren willen houden, Lea wil varkens op het bedrijf. Die zouden misschien ook de kweek, die werkelijk overal zit, wat in toom kunnen houden.’ 

Vertel eens wat over de afzet?

‘Al vanaf 2019, maar vooral sinds de Coronauitbraak is de afzet flink gegroeid. Dat geldt trouwens voor de hele biobranche. Ook de groenteabonnementen groeien gestaag. Dat is de meest ideale vorm van afzet voor de tuinder, want je kunt grotere hoeveelheden van iets telen en dit in één keer oogsten. Je kunt ook wat gewaagdere dingen telen, een bijzondere soort tomaat bijvoorbeeld, die mensen uit zichzelf misschien niet zo snel zouden kopen. Of bijvoorbeeld paarse koolrabi, die hadden we bij een plantenkweker besteld, dachten we, maar het was koolraap. We vonden het er al raar uitzien. Maar goed, ze waren al uitgeplant,  dus lieten we ze staan. Ze bleken goed te smaken en ze gingen in de pakketten met een recept. Een foutje werd een succes. Zonder groentepakketten waren we er niet zo makkelijk vanaf gekomen. Hoewel… 

Afgelopen voorjaar hadden we de hele kas vol groentes geplant. We vroegen ons af hoe we die hoeveelheid in vredesnaam kwijt zouden kunnen raken. Op papier hadden we uitgerekend: vijf bakken paksoi. Dit is echt wel héél véél paksoi! Maar het was weg voor we het wisten. Dat is tof, om te merken dat je op een bedrijf zit met zoveel klandizie. Bijna alles kunnen we lokaal afzetten, veel gaat al naar onze eigen Meanderwinkel en naar onze groenteabonnementen. De rest gaat naar biologische winkels in Zutphen en Dieren en naar de boerderijwinkel van Thomas en Carlijn, collega-telers in Voorst. Verder leveren we aan Philadelphia, waar de mensen als dagbesteding de groenten wassen en snijden, om het door te leveren aan de koks van Klein Engelenburg. Dat is toch prachtig! De nieuwe eigenaar van het Kromhout, het restaurant op het marktplein in Brummen, wil ook van ons gaan afnemen. 

Het minst lokaal is een handelaar die op de boerenmarkt in Enschede en Utrecht staat. En het enige dat naar de biologische groothandel gaat, zijn onze oerkomkommers.’

Hoe essentieel is de eigendomsconstructie met Stichting het Anker voor jullie?

‘Dit maakt het voor ons als jonge boeren goed mogelijk om in dit bedrijf in te stromen en over te nemen, zonder dat daar hele ingewikkelde pachtcontracten of leningen bij de bank bij hoeven komen kijken.

Daarnaast vinden we het idee van vrije grond en het wederopbouwen van een landschap met meer natuurelementen erg mooi en ook belangrijk.’

Wat betekent boer zijn voor jullie?

Lea: ‘Ik wil iets goeds doen om de wereld vooruit te helpen. Iedereen moet eten, dat is dus belangrijk. Daarnaast is de planeet heel belangrijk. In de landbouw komt het samen. Zorg voor de mens en voor de planeet. Bovendien ben ik niet in de wieg gelegd voor politiek, maar voor hard werken met mijn handen, dus kan ik dat maar het beste doen.’

Wat vinden jullie van de sfeer op de Meander?

‘Er is een grote saamhorigheid hier. Toen Henk in 2019 in het ziekenhuis lag, werden wij gebeld om de aardappels te poten, Ruben had dat net geleerd op die pootmachine. Het viel op hoeveel mensen langskwamen om hulp aan te bieden. Dat merk je nog steeds, het is een open bedrijf en de klanten zijn enorm betrokken. Marrie kent iedereen, echt élke klant. Wij proberen die goede verstandhouding natuurlijk in stand te houden en wie weet nog te versterken. De mensen moeten ons nog leren kennen. Ik ben begonnen de nieuwsbrief te gaan schrijven, ook een manier om contact met de klanten te krijgen.’ 

Wat is je lievelingsteelt?

‘Tomaten, dat zijn een beetje mijn kinderen! Het is een soort onkruid, ze overleven alles, zijn niet van die mieperds, zoals komkommers. Maar je moet ze wel goed verzorgen, we zaaien ze zelf, zetten ze onder een lamp, dan verpotten, dan weer verpotten, dan uitplanten. Ze moeten omhoog, dat willen ze niet, je moet ze vastbinden. En dan groeien, groeien, groeien. En dan komt de eerste rijpe tomaat. Dan ben ik zo trots op ze!’

Waarom kopen jullie geen kant en klare tomatenplanten?

‘Omdat we bepaalde rassen willen en vooral: zaadvaste rassen, maar die zijn als plant niet te krijgen. Zaadvast is het tegenovergestelde van een hybride ras, ontstaan door kruising van twee lijnen. Hybriden hebben een hoge opbrengst, zijn uniform van grootte, vorm, kleur en groeisnelheid. Zaadvaste rassen zijn grilliger en verrassender. Dat vinden we op de Meander nou net leuk, want in de winkel zijn er altijd mensen die een grote of juist een kleinere tomaat of paprika willen. En ze zijn ook duidelijk lekkerder. 

Veredeling is natuurlijk prima. Dat is een proces waarbij geduld en kundigheid een grote rol speelt en waarbij de plant zichzelf blijft. Tegenwoordig is er gentechnologie, dat is weliswaar in Europa voor menselijke consumptie verboden, maar bij de hybriden die tegenwoordig aangeboden worden is er een grijs gebied ontstaan. De planten worden gemanipuleerd, op verschillende manieren. Er wordt wat aan de genen ‘gekieteld’, voor ons reden om dit zaad niet te willen. Plantenkwekers bieden wel biologisch geteelde planten aan, maar die zijn dan toch meestal van hybride zaad, je ontkomt er ook niet altijd aan. Het is een gevoelsding, je ziet er niets geks aan, maar zo’n plant krijgt niet zijn hele proces. Veel van die planten kunnen zich niet eens voortplanten, dat is een heel stuk van de cyclus, naar ons idee heeft dat invloed op de innerlijke kwaliteit van de groente, op de levenskracht ervan. Je moet dan niet gaan nadenken: kan dit uit? Want zelf opkweken is duurder. Het is een keuze die je maakt. Maar als het februari is, dan heb je niet zo bijster veel anders te doen, dan paprika’s opkweken.’

Gaan jullie heel lang blijven op de Meander?

‘Wij zien het boer zijn als een levensstijl en daarmee de Meander als een levensproject, waar je altijd van kan blijven leren en je altijd aan kunt blijven ontwikkelen.’